kanarie banner 1 kanarie banner 2 kanarie banner 3
De toeren

 

De Toeren


Het oorspronkelijke lied van de kanarievogel heeft in de loop der jaren, onder invloed van diverse kwekers zijn oervorm verloren en is door deze mensen in een prachtig kunstgezang herschapen. 

 Het zijn echter de Duitsers geweest, die de grote eer toekomt. Zij hebben de mogelijkheden van de zang in die vogels ontdekt.

 Kanaries die lange tijd een bekende klank hebben gehad werden gekweekt in de volgende plaatsen: Imst, st. Andreasburg en Harz. De bekende kwekers die wereldberoemd zijn geworden zijn: Truthe, Seifert en Volkman. Zij hebben stammen gekweekt die wereldbekendheid kregen.

 De allereerste keuringen werden door de vogelhandelaren en door de grootkweekers verricht. Aan de eerste keuringen lag geen enkel systeem ten grondslag en aan de toeren waren ook nog geen grenzen gesteld. Een ontwerp voor een keursysteem waarbij aan de toeren grenzen zijn gesteld, op basis van de driedeelbaarheid en waarbij de enkeltoerenbewaardiging wordt toegepast. Deze werd ingediend door Dr. Wolf uit Maikammer in 1909 te Stuttgart. Het ontwikkeld systeem van Dr. Wolf genaamd negentig punt systeem (90.) is geaccepteerd door het COM en tot op heden geldig. Hierop zijn alle latere keursystemen gebaseerd. Het systeem van Dr. Wolf is nooit in zijn oorspronkelijke opzet toegepast.

 Ons keursysteem berust op de ‘’driedeelbaarheid’’ de indeling is als volgt:

1)      Voldoende

2)      Goed

3)      Zeer goed

 De beoordeling van de toeren berust op het beginsel van de enkeltoerenbewaardiging, dat wil zeggen dat de toer op zich beoordeeld wordt. De beoordeling van het gezongen lied in zijn geheel, worden beoordeeld onder rubriek ‘’klankbeeld’’ onder anderen:

 

-          Het geregeld of zelden zingen van een toer

-          De overgang van de ene toer naar de volgende

-          Het blijven hangen in de toeren

-          Het afbreken van het lied

-          Het zingen van zowel foutloze als afwijkende vormen van een toer

 

Deze vallen dus buiten de standaardeisen, terwijl de eenheid van zang beoordeeld wordt onder de stamharmonie.

 Om een toer langs systematische weg te kunnen gewaardigen voeren we het begrip ‘’standaardeis’’ in. Daaronder dient te worden verstaan de som van de eisen die we aan de toer in een bepaalde toonligging (u-o-oe) stellen. De drie klankgebieden.

 

1)      Het u-gebied (voldoende)

2)      Het o-gebied (goed)

3)      Het oe-gebied (zeer goed)

 Onder de standaardeisen verstaan wij dat de vogel die toer zingt, zoals hij eigenlijk gezongen dient te worden. Standaardeisen, die voor alle toeren gelden.

 1)      Zuivere klinker

2)      Juiste medeklinker (s)

3)      Evenwicht tussen de klinkers en de medeklinkers

4)      Typische opeenvolging van de toerlettergrepen

5)      Van voldoende lengte/in voldoende aantal gebracht

 Het toerenrepertoire kunnen we als volgt onderverdelen:

 

 1)      Voldoende toeren (eenvoudige toeren):

Dit zijn hoge toeren: klingels en klingerollen

2)      Goede toeren (midden/toeren):

Eenvoudig structuur, maar van dezelfde diepte: kloeken iav, schokkels, holklingels en fluiten

3)      Zeer goede toeren (hoofdtoeren):

Ingewikkelde samenstelling en overtreft alle andere toeren: holrollen, knorren en waterrollen

 Structuur bepaald de naam van de toer. Hierbij verstaan wij onder structuur: klinkers plus medeklinkers waaruit het is opgebouwd plus de voordrachtswijze. De volgende manieren zijn van toepassing:

 1)      Rollend: dit is een hoofdtoeren die ononderbroken is. Dat wil zeggen een holrol, knorren en waterrollen.

2)      Afgezette toer: die is een onderbroken toer (midden toeren), namelijk kloeken iav, schokkels, holklingels en fluiten

3)      Samengesteld: dit is een deel rollende en deel afgezet, namelijk kloekrol, waterkloekrol en kloekknor

 

Holrollen

 

Een holrol is een ononderbroken toer, omdat de toerlettergrepen elkaar zo snel opvolgen. Deze hoofdtoer kan niet gemist worden in een harzerslied. Deze wordt onderverdeeld in het volgende.

Waard klinkers: u, uu, o, oo, oe

Medeklinkers: r. Bij de koelerende holrol de l en de h

 

1)      Rechte holrol

2)      Gebogen holrol

3)      Koelerende holrol

4)      Trimulerende holrol

5)      Sproedelende holrol

6)      Vocale holrol

 

Afwijkingen in de Holrol: neuzig, belegen, wazig, vlak, breed, waterig.

 

Bas Toer (Knor)

De knor is de bas in het kanarielied en klinkt uit op een medeklinker namelijk de r.

Waardeklinkers: u, o, oo, oe

Medeklinkers: kn.gn en de sluitingsmedeklinker r, de l bij de kloekknor

Overzicht knorren: Ronde knor (rechte knor), Kloekknor, holknor en Klingelknor.

Belangrijke knor is de ronde knor het is een zuiver rollend gebracht op een toonligging.

De holknor is geen toervariant, maar een kwaliteitsaanduiding. De snorrende r treed iets terug waardoor de klinkers o, oo of oe meer naar voren komen.

Afwijking van de knor: los, neuzig, belegen, waterig en breed

 

Waterrol

Is het geluid dat nagebootst kan worden met een holle pijp die men in een emmer steekt en daar doorheen blaast. Het geluid lijkt op borrelen en knabbelen van het water over een ongelijke bodem. In fluiten en klingeltoeren komt waterrol nooit voor.

Waardeklinkers: u, o, oe

Medeklinkers: w-g-d-l-r-b

Afwijkingen: neuzig, harde, belegen, vlakke en brede

 

-          Neuzig: grondtoon is eu wordt met geopende snavel gezongen

-          Harde: dan drukt de vogel te veel op de medeklinker r

-          Belegen: grondtoon is eu en wordt met gesloten snavel gebracht is een graad van heesheid

-          Vlakke: de grondtoon i a

-          Brede: grondtoon is ee of e

 

Holklingels

De toer klinkt als lululu of lololo of loeloeloe of huhuhu of hohoho of hoehoehoe.

Er wordt met holklingel de holle klank bedoeld van een zwaardere en daardoor holler klinkende bel. De holklingels behoren tot de categorie middentoeren.

Waardeklinkers: u, o, oe

Medeklinkers: l en h

 

1)      Rechte holklingel

2)      Vallend holklingel (van u naar o naar oe)

3)      Stijgend holklingel (van oe naar o naar u)

4)      Trimulerende holklingel

 

De mooiste vorm van de holklingel krijgen we te horen wanneer de vogel de stijgende holklingel laat volgen door de vallende holklingel of omgekeerd, een prestatie die vergelijkbaar is met de gebogen holrol over drie klinkers.

Afwijkingen: stotend, gerekt, slepend, vlak, neuzig, belegen en wazig

Verschil tussen holklingels en schokkels: de schokkellettergrepen zijn zuiver afgezet en de toerlettergrepen van de holklingels zijn iets gebonden. De pauze tussen de toerlettergrepen is bij holklingel korter dan bij schokkel.

 

Fluiten 

De fluiten behoren tot de categorie middentoeren. De structuur is zeer eenvoudig ,omdat de fluit slechts uit een lettergreep bestaat. De fluit is een prachtige toer in het lied. Wanneer de fluiten aangezet worden met de medeklinker d en op de grondtoon oe, dan spreekt men van doe-fluiten, die tot de schoonste fluiten behoren.

Waardeklinkers: u, o en oe

Medeklinker: d

De fluiten die te vlug wordt gebracht ,zijn minder volle fluiten.

Afwijkingen: slepend, getrokken, breed, neuzig, wazig, gedrukt, stotend, hard en belegen

 

Gloek

Medeklinkers: gl, kl en bl en sluitingsmedeklinker k.

Waardeklinkers: u, o, oe en ui, oi, oei

De kloek is een middentoer. In de theorie van de harzers lied zijn de kloeken een kwestie.

Wij kennen verschillende benamingen voor de kloeken.

 

1)      De Afgezette kloek

2)      De waterkloek

3)      De dubbelkloek

4)      De holkloek

5)      De holwaterkloek

6)      De klingelkloek

 Er zijn in de kloeken echter nog meer varianten zoals:

 7)      De kloekrol, dit is een samengetelde toer

8)      De waterkloekrol

 

De holkloekrol en de holwaterkloekrol zijn geen varianten van de kloekvormen ,maar zijn wel kwaliteitsaanduidingen.

Afwijkingen: wazig, vlak, breed, hard, stootkloeken en slepend.

 

De afgezette vorm:

gluk gluk gluk of glok glok glok of gloek gloek gloek

Kluk kluk kluk of klok klok klok of kloek kloek kloek

Bij de waterkloeken klinkt de kloek als volgt:

Bluik of bloik of bloeik

Gluik of gloik of gloeik

Kluik of kloik of kloeik

 

Schokkels

De schokkel is een zuiver afgezette toer. Het ritme van de schokkel is ongeveer gelijk aan dat van de holklingel.

Waardeklinkers: u, o en oe (a in lachschokkel)

Medeklinker: h

De schokkel is een zuiver afgezette toer en kan dus nimmer gebogen zijn vanwege zijn onderbroken structuur.

1)      Rechte schokkel

2)      Stijgende schokkel

3)      Vallende schokkel

4)      Combinatie van stijgende en vallende schokkel

Afwijkingen: stotend, gerekt, slepend, vlak, neuzig, wazig en breed

 

Klingel en klingelrol

De klingel en klingelrol worden gerekend tot de volgende (eenvoudige) toeren en kunnen ieder apart gekeurd worden van 1 t/m 3 punten.

Waardeklinker: ie

Medeklinkers klingel: l en h

Medeklinker klingelrol: r

Tekst klingelrol: rierierie

Tekst klingel: ielieliel, hielhielhiel en lielieliel

 

Voor beiden toeren geldt de eis, dat er een mooi evenwicht moet zijn tussen klinker en medeklinkers, een eis die overigens voor alle toeren geldt.